Projecten

en nu water ...

   
Het lijkt bijna niet mogelijk dat er op deze welvarende planeet nog mensen moeten leven in temperaturen tot over de 40 graden zonder voldoende water, zonder uitzicht op een betere toekomst, zonder voldoende voedsel.

En door de klimaatverandering wordt het er niet beter op.

Tien jaar en honderd euro per persoon verder kan het er echter allemaal anders uitzien: gezond water, voedsel, handel en nijverheid, gezondheidszorg...

Waarom realiseren ze het dan niet?

Omdat je van een jaarinkomen van 100 euro niets overhoudt om te investeren.
In veel gevallen heeft de plaatselijke bevolking ook de nodige opleiding niet, maar één ding is zeker: reik hen de hand en ze staan klaar voor verandering.
Wie a zegt moet ook …z zeggen, want het is alles of niets.
Halve maatregelen zijn weggegooid geld.

Pas wanneer hun inkomen gegroeid is naar pakweg 2.000 euro per jaar kunnen ze op zelfstandige manier hun groei onderhouden.

Daarom moeten we de hele weg meegaan: water, landbouw, vorming, gezondheidszorg, handel, nijverheid en infrastructuur. Zonder het afwerken van het hele programma blijft de ontwikkeling ergens steken en was het allemaal tevergeefs.

Maar nu moet er eerst water zijn, gezond water.

Basisvisie voor onze ontwikkelingsprojecten

Watafrik  zijn  ngo’s  (niet gouvernementele organisatie) in het noorden en het zuiden die volgens een strak stramien de definitieve ontwikkeling van minst ontwikkelde Afrikaanse regio’s betracht.

Ieder onderdeel wordt met een zakelijke efficiëntie aangepakt, met een duidelijk tijdslimiet voor ogen, maar met de wetenschap dat het in een mensenleven nooit ophoudt. Het is onze taak en niet minder, er voor te zorgen dat deze bevolkingsgroepen zelf het heft in handen kunnen nemen.

Het is een absolute illusie te geloven dat men na drie, vijf of tien jaar tot dit resultaat kan komen. We zijn klaarblijkelijk vergeten dat we er zelf een paar honderd jaar over hebben gedaan en we vergeten maar al te graag wat de bedroevend slechte resultaten zijn van bv. 50 jaar ingespannen kolonisering.

In onze technologisch ontwikkelde omgeving hebben we zelf toch ook minstens tien jaar nodig om iemand op te leiden. Het is tevens belangrijk dat, waar mogelijk, de voortgang en de resultaten objectief gemeten worden.

Boven het armoedeniveau

Om de geleverde inspanningen te kunnen bestendigen moeten deze bevolkingsgroepen boven het armoedeniveau verheven zijn.

Dit betekent, vaag gesteld, een paar duizend euro jaarinkomen, waar dit nu een paar honderd euro is.

Zonder de nodige financiële draagkracht zijn ze niet in staat de nodige investeringen te doen om de realisaties in leven te houden.

Pas wanneer het masterplan volledig is uitgevoerd is de kans op blijvende groei reëel.

Toch moeten zij vanaf de beginfase zelf bijdragen aan hun ontwikkeling op een of andere manier.
Er worden geen vrijblijvende giften gedaan.

Zij vragen wij draaien

De tijd van het kolonialisme is voorbij, zou voorbij moeten zijn. De linkerhand weet helaas maar al te dikwijls wat de rechterhand doet en eigenbelang is bij ontwikkelingssamenwerking nooit ver weg.

Wij moeten echter niet bepalen hoe hun leven er uit moet zien, dat moeten ze zelf doen, wij reiken alleen de middelen aan. De uitvoering ligt bij hen, wij zijn coaches.

Waarom zo groot als een regio?

Een klein alleenstaand project heeft weinig kans op overleven. Er moet een zekere schaalgrootte zijn om efficiënt te kunnen werken en steun te hebben van de reeds gerealiseerde fases.
Daarom wordt - meestal in een tienjarenplan - geopteerd voor de aanpak van een regio van honderd tot vijfhonderdduizend inwoners, waarbij de synergie-effecten optimaal gaan werken en de omvang beheersbaar en controleerbaar is.

Masterplan

Het masterplan bestaat uit acht fases die echter geval per geval moeten ingevuld worden, volgens de mogelijkheden, de  bestaande realisaties, de plaatselijke situatie en vooral de wensen van de lokale bevolking.
De eerste drie fases moeten chronologisch ook eerst aangepakt worden, de volgorde van fase vier tot acht is van minder belang.
Ook kan het masterplan uitgevoerd worden door verscheidene organisaties, zolang de grote lijnen maar gerespecteerd worden. Voor de efficiëntie is het van belang dat er een eindverantwoordelijke is die uiteindelijke zeggingskracht heeft.

Fase 1: Water

Veilig water is een levensnoodzaak. Veilig water is vrij van ziektekiemen en permanent. Het mag niet regenafhankelijk zijn in regio’s waar dit tot tijdelijke droogtes kan leiden. Zonder water is uiteraard geen landbouw mogelijk.

Het water kan een dubbele oorsprong hebben: het kan zuiver dieptewater zijn dat opgepompt wordt of het kan oppervlaktewater zijn uit een meer of een rivier met constant debiet. Dit laatste moet gezuiverd worden.

Het water moet voldoen aan volgende criteria:

  • het water is eigendom van de gemeenschap
  • voor het water moet een vergoeding betaald worden of een tegenprestatie geleverd worden
  • iedereen heeft recht op water

Fase 3:
De gezondheidszorg

De gezondheidszorg is van primordiaal belang wanneer men bedenkt dat de levensverwachting lager is dan 50 jaar. Dit is vooral te wijten aan kinder- en kraambedsterfte. Ook infectieziektes tieren welig door de gebrekkige hygiëne, de slechte kwaliteit van het water en de lage weerstand door weinig vitaminerijke voeding.
Het is niet alleen een humanitaire plicht maar ook een economische noodzaak hieraan te verhelpen.
Om de investeringen in de gezondheidszorg een duurzaam karakter te geven is het van belang de patiënt een deel van de kosten te laten betalen via een ziekenfonds. Dit ziekenfonds is op solidaire basis georganiseerd en heeft in een aanvangfase eerder een symbolische waarde maar moet naar gelang de levensstandaard stijgt de primaire gezondheidszorg autonoom kunnen financieren.
We zullen voorrang geven aan de opleiding van paramedisch personeel zodat overal eerstelijnshulp en zwangerschapsbegeleiding aanwezig zijn. Dit moet aangevuld worden met een ambulante spoeddienst en doktersspreekuren tijdens de marktdagen.

Fase 6: Energie

In het subsahara gebied eindigt het dagelijkse leven bij zonsondergang. Een absolute duisternis verhindert iedere activiteit. Toch is er in meeste dorpen geen elektriciteit voorhanden. De installatie van zonnepanelen of een generator is een minimumvereiste voor een sociaal avondleven.
Ook betekent elektriciteit koeling en dus betere bewaring van bederfbare producten.

zonsondergang

Fase 2: Landbouw

Naast permanent veilig water moet er voorzien worden in voedselveiligheid. Voldoende en gevarieerd voedsel moet ter beschikking zijn van de bevolking. Dit veronderstelt een graanproductie met enige omvang, veeteelt en groentetuinen.
De landbouw is in de regio de hefboom van de beginnende economische ontwikkeling zodanig dat het van primordiaal belang is dat er aan surpluslandbouw gedaan wordt.
Er moet voedsel ter beschikking zijn voor de verkoop om enerzijds de landbouwer een monetair inkomen te bezorgen. Dit is nodig voor de investering in zaaigoed, omheiningen, materiaal en familiale noden. Anderzijds kunnen grotere agglomeraties met handel en nijverheid slechts ontwikkelen indien er voedselaanbod is.
De landbouwer moet echter een netto-producent zijn: in één periode zal hij producten verkopen die hij in een volgende periode zelf moet kopen voor eigen gebruik. Aan het einde van de cyclus moet de monetaire balans in zijn voordeel zijn.
De ervaring leert dat het landbouwproces het best kan georganiseerd worden in coöperatief verband.

Fase 4: De Vorming

De vorming moet er in de eerste plaats op gericht zijn een volledige alfabetisering na te streven en een praktisch effect te hebben. Hiervoor moeten basisscholen opgericht worden.

Naast deze basisscholen is een programma voor permanente volwassenenvorming belangrijk. Een permanente en praktische vorming van de jeugd kan dan weer plaats vinden via een aangepaste jeugdbeweging.

Fase 5: Handel, nijverheid, artisanaat

Van belang voor een groeiende economie is de monetarisering van de productie. De landbouwproductie moet verwerkt kunnen worden en evenals de artisanale productie op de markt gebracht worden. Bij export moet er uitermate gelet worden op het verkrijgen van de juiste prijs.

De hoogte van de investering vereist in vele gevallen een joint venture. Het is onze wens dat de investeerder minimaal een sociale bijdrage levert die even hoog is als de uitbetaalde lage lonen. Deze sociale bijdrage is hier ook gebruikelijk.

Fase 7: Minibanken

De bredere invoering van geld in het dagelijkse leven vereist ook de introductie van aangepaste financiële instellingen. Het ziekenfonds, het comité voor water, de landbouwcoöperatieve … hebben allemaal een aangepaste bankservice nodig. Deze diensten worden niet verleend door de grootbanken wegens het lage rendement.
We maken er trouwens een punt van dat voor alles een minimum moet betaald worden door de groep.
Deze groepswerking maakt het mogelijk bedrog en profitariaat uit te sluiten omdat de groep de reële levensomstandigheden van de betrokkenen kent en de sociale controle zal uitoefenen.

Fase 8: Infrastructuur

Een minimum aan infrastructuur is belangrijk. Dan praten we over wegen, eventueel onverhard maar goed onderhouden, openbaar vervoer, eventueel een landingsstrip, collectief groen, kanalisering van een oued enz…
Grote prestigeprojecten zijn uit den boze omdat ze in de eerste plaats niet onderhouden kunnen worden en ze meestal alleen de belangen van buitenlandse investeerders dienen. Het weinig beschikbare kapitaal wordt hiervoor weggezogen.